Boek: 100% gifvrij (1/3)

In 100% vrij houdt Julia Kang een pleidooi om chemicalien en synsthetische stoffen zoveel mogelijk te mijden. Ze stelt dat we dik worden van chemische en lichaamsvreemde stoffen. Julia heeft dit zelf ondervonden en besloot na een uitgebreide zoektocht op internet en in wetenschappelijke artikelen om haar bevindingen begrijpbaar in een boek te schrijven, zodat meer mensen hiervan kunnen profiteren. Het boek leest erg makkelijk en ik vind de afwisseling tussen feiten en ervaringen heel fijn.

Julia onderbouwt haar argumenten veel met onderzoeksresultaten van dr. Paula Baillie-Hamilton, arts en onderzoeker. Zij schrijft dat mensen van nature slank zijn, want we zijn niet gebouwd om 30 kilo extra mee te zeulen als we gaan jagen of voedsel verzamelen.

Ons gewicht wordt bepaald door twee externe en vijf interne factoren:
Extern zijn dat de hoeveelheid eten en beweging. Intern spelen onze hormonen een belangrijke rol (omdat zij al onze lichaamsfuncties regelen), onze hersenen (gewichtsregulering vindt voornamelijk plaats in de hypothalamus), onze zenuwen (zijn onze communicatielijnen en sturen onze spieren aan), de aanvoer van bouwstoffen (vitaminen, mineralen, eiwitten, koolhydraten, vetten en antioxydanten) en ten slotte onze vetcellen.

Onze vetcellen voorzien ons van reserves wanneer we te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen, houden ons lichaam warm , sturen een aantal hormonen aan en vullen ons lichaam tussen onze organen. Daarnaast hebben onze vetcellen nog een hele belangrijke functie: ze zijn opslagplaats voor gifstoffen. Alle niet-lichaamseigen stoffen worden aangevallen door onze lever, maar wanneer er teveel niet-lichaamseigen stoffen zijn en de lever het niet aankan, worden deze stoffen opgeslagen in vetcellen, zodat ze niet in onze bloedbaan (en uiteindelijk in onze organen) terecht komen.

De giftige stoffen kun je verdelen in zware metalen en synthetische chemicaliën. Zware metalen komen in de natuur voor en kunnen, hoewel ze giftig zijn, door het lichaam afgebroken of uitgestoten worden. Bij synthetische chemicaliën is dat niet het geval, die kan het lichaam niet of moeilijk afbreken.  Het gevaar zit ‘m in het feit dat we steeds kleine beetje gifstof binnenkrijgen en er geen acute vergiftiging optreedt, zoals bij een overdosis het geval zou zijn.

Oppassen met synthetische chemicaliën dus! Hieronder behandel ik eerst het de chemicaliën in ons eten, later volgen nog twee posts waarin ik het ga hebben over gifstoffen die via onze huid in ons lichaam komen en over ontgiften.

Biologisch eten

Wanneer je minder chemicaliën binnen wilt krijgen, ligt het voor de hand om als eerste te kijken naar je eten. Ons eten wordt in de meeste gevallen bespoten met meerdere bestrijdingsmiddelen of gemaakt van producten die daarmee zijn bespoten. We kunnen onze appels goed wassen, maar de gifstoffen die in de schil zijn getrokken, spoelen we er daarmee niet af.

Biologische producten zijn niet bespoten met chemicaliën, er worden natuurlijke middelen en methodes gebruikt om insecten of schimmels op afstand te houden. Het lichaam ziet biologische producten als lichaamseigen stoffen, waardoor de gegeten calorieën worden omgezet naar energie en warmte (en niet als vet in je lichaam worden opgeslagen).

Je moet zelf een keuze maken of je meer geld wilt uitgeven aan biologisch eten. Dat is natuurlijk afhankelijk van je beschikbare budget en je wil om gezonder te eten. De bestrijdingsmiddelen op ons groente en fruit (en ook granen) zijn voldoende om insecten te verlammen en doden. Wel binnen de regels, maar voel jij je daar lekker bij? De regelgeving is gebaseerd op losse metingen en niet op het effect van de cocktail die we dagelijks ongemerkt binnenkrijgen.

Biologisch eten is wel duurder, maar het hoeft niet per se te betekenen dat je meer geld uitgeeft aan eten. Sinds ik bewuster met eten bezig ben, geef ik juist minder geld uit, terwijl ik veel meer biologisch ben gaan eten en ook gebruik maak van duurdere producten als amandelmeel. Tips? Maak een globaal menuplan, koop producten in het seizoen, kijk welk groente of fruit je ook niet-biologisch zou kunnen eten (bijv. met een dikke schil die je niet eet) en maak op wat je in huis haalt, gooi geen eten weg dat nog goed is.

Vermijd additieven

Wanneer je zelf kookt met verse producten, vermijd je ook allerlei hulpstoffen die je eten langer houdbaar maken, extra smaak of een beter kleurtje geven of de structuur beter behouden.

Er zijn op internet diverse overzichten van E-nummers te vinden. Maar nu veel consumenten zich bezighouden met het vermijden van E-nummers, vermelden steeds meer fabrikanten de naam ipv het nummer. Zo wordt E621 (de slechtste van allemaal) bijvoorbeeld ‘bierextract’ of monosodium glutamaat genoemd. Of ‘maltodextrine’ of zelfs simpelweg ‘natuurlijke aroma’s’.

Een fijn voorbeeld vind ik ook altijd de Sinterklaas slagroomtaart van de HEMA, waar blijkbaar 65 ingrediënten voor nodig zijn.

Ik houd zelf globaal als regels aan: niet meer dan 5 ingrediënten en geen ingrediënten waarvan ik de naam niet kan uitspreken. En geen mager, light of een product dat vol staat met gezondheidsclaims.

Dus: gewoon lekker zelf koken en bakken met verse, onbespoten ingrediënten!  :-)

(Binnenkort deel 2 en 3)

Geen Reacties.

Laat een reactie achter